Kirsten begeleidt ouders van trans kinderen: ‘Ik rouwde om dochter die ik nooit heb gehad’

Als je dochter niet meer als meisje door het leven wil gaan of je zoon liever een meisje is, verandert er niet alleen veel voor hen. Ook voor de ouders is het op z’n zachtst gezegd aanpassen. Moeder Kirsten Visser moest afscheid nemen van haar dochter en een zoon verwelkomen. Nu staat zij andere ouders van transgender kinderen bij in dit vaak ‘onbegrepen rouwproces’. “Ik kon alleen maar huilen.”

De dochter van Kirsten Visser was pas drie jaar oud toen ze aan haar moeder vroeg: ‘Wanneer krijg ik een piemeltje?’ Op dat moment wist Kirsten niet dat haar dochter een bloedserieuze vraag stelde. Ze dacht in eerste instantie dat het ‘een fase’ was, waarin haar dochter alleen maar jongenskleding wilde dragen en op een gegeven moment niets liever wilde dan een hanenkam in haar haar te laten scheren. “Mijn man en ik dachten toen: als ze straks puber is, dan komt er een moment waarop ze in een ultrakort rokje van de trap afkomt en dan denken wij met weemoed terug aan die jongenskleding.”

Maar dat gebeurde niet. Toen haar dochter Emma negen jaar oud was, liep de spanning in huize Visser zo hoog op dat Kirsten zich schreeuwend afvroeg wat er met haar dochter toch in hemelsnaam aan de hand was. Hierop schreeuwde haar dochter terug: “Ik ben een jongen!” Geen fase dus.

Vanaf dat moment ging ‘het balletje rollen’ en kregen ze via de huisarts een doorverwijzing naar de genderpoli in het VU Medisch Centrum. Emma ging aan de puberteitsremmers en kreeg vervolgens testosteron toegediend. Kirsten: “Het is een heftig proces voor iedereen in het gezin: uiteraard voor het transgender kind zelf, voor zijn broertje – die ineens minder aandacht krijgt – en zeker ook voor ons, de ouders.”

Volgens Kirsten kunnen ouders zelfs door ‘een rouwproces’ gaan, zoals bij haar het geval was. “Ik heb gerouwd dat ik geen dochter meer had, een dochter die ik in wezen nooit heb gehad.” Veel mensen begrepen haar rouwproces niet – ‘Je kind is toch gezond? Hij leeft toch nog? Hoezo rouwen?’ – en vonden zelfs dat zij zich moest schamen voor dit gevoel. “Ik stuitte op veel onbegrip. Alsof ik door mijn rouw te uiten niet blij was met mijn eigen kind. Het is lastig uit te leggen dat je ook kunt rouwen om een kind dat er nog steeds is. Er is geen concreet verlies”, zegt Kirsten.

Meisjesnaam behouden

Inmiddels is de transzoon van Kirsten, Sietse, bijna 19 jaar oud en officieel een man. Ondanks de soms ‘lastige weg met enorme hobbels’ vindt zij dat haar gezin de transitie goed is doorgekomen. Met de kennis die zij de afgelopen jaren heeft opgedaan, wil zij nu – met haar praktijk Trans-Parents – andere ouders van transgender kinderen helpen.

Die hulp kan heel praktisch zijn: “Je wilt als ouders je kind herinneren zoals hij/zij was, een manier is om de naam te behouden. Zo heb ik mijn zoon gevraagd om zijn meisjesnaam als tweede naam te behouden. Als eerbetoon aan wie hij was en voor mij, omdat ik daar waarde aan hecht. Voor een ouder is een naam heel belangrijk. Die kies je niet zomaar met een spelletje ezeltje-prik. Onze zoon heeft dat gedaan: hij heet nu Sietse Emma.’

Ook Sandra*, moeder van de 15-jarige zoon Luuk die als meisje werd geboren, zocht naar ervaringen van andere ouders die net als zij een kind hebben die anders is dan andere kinderen. “Je komt als ouder in een rollercoaster terecht. Ik denk niet dat er ouders zijn die dit alleen aankunnen. Ervaringen van anderen en coaching zijn daarbij onmisbaar.”

Zelf ging Sandra door een relatief korte rouwperiode, een paar weken voorafgaand aan het grote feest waar zij zouden gaan vieren dat haar dochter voortaan als een jongen genaamd Luuk door het leven gaat. “Dat was voor mij een hele moeilijke periode waarin ik alleen maar kon huilen. Hoewel ik nooit problemen heb gehad met het feit dat hij zich een jongen voelde, had ik het toen heel moeilijk. Het voelde toen wel degelijk als rouwen. Ik vind het moeilijk te benoemen waarom het zo zwaar was. Waarschijnlijk omdat ik toen echt besefte dat het echt, écht geen fase was”, zegt Sandra.

Volgens Sandra blijf je als ouder de hoop op een fase heel lang houden omdat je ‘dit niemand gunt’. “Want als je kind toch geen transgender zou zijn, weet je dat het leven zoveel makkelijker is. Nu weet je dat hij zijn transitie altijd zal moeten blijven uitleggen en dat hij zijn leven lang aan de testosteron zal moeten.”

Toch wist Sandra al snel dat het voor haar zoon geen fase was, omdat hij al op zeer jonge leeftijd vragen ging stellen over een geslachtsoperatie. “Hij was nog maar 5 jaar oud toen hij vroeg: ‘Als je wordt geopereerd, heb je dan pijn?’ Toen bleek dat hij daarmee doelde op het moment waarop ze een piemel zouden gaan plaatsen, dacht ik ‘dit gaat verder dan alleen het leuker vinden van jongensdingen’.”

Slaapdronken antwoorden

Dat bleek ook toen Sandra haar kind midden in de nacht weleens wekte en hem de vaag stelde ‘ben je een jongen of een meisje?’ ‘Een jongen’, antwoordde hij dan, ondanks zijn slaapdronken toestand. Voor Sandra was dat wederom een bevestiging dat dit geen fase was. “Zelfs als hij niet kon nadenken over zijn antwoord, was dit zijn respons. Dan is het wel duidelijk.”

Door de puberteitsremmers die Luuk vanaf zijn elfde krijgt, heeft hij minimale borstgroei en is hij nooit ongesteld geworden. Sinds een half jaar krijgt hij testosteron toegediend waardoor hij een lagere stem krijgt en meer haargroei. “Dat vind ik machtig mooi om te zien”, zegt Sandra trots. ‘Omdat we er op tijd mee begonnen zijn, is Luuk ook nooit fysiek een vrouw geworden. Als een kind pas later beseft dat hij of zij anders is, maakt dat het ook voor de ouders nóg moeilijker. Je hebt al die jaren een zoon of dochter gehad, dan duurt het gewenningsproces ook langer als dat ineens heel anders blijkt te zijn.”

Kirsten Visser wil ouders van transgender kinderen ook helpen in het omgaan met de omgeving, omdat er nogal wat meningen op je afkomen, zo is haar ervaring. Kirsten: “Dat kan variëren van opmerkingen als ‘oh, is hij een echte?’ tot andere ouders die niet willen dat hun kind met jouw kind speelt. Ouders worstelen niet alleen met de emoties van hun kind maar ook met die van henzelf.”

Verschil geslacht en genderidentiteit

Hoewel Kirsten ziet dat er steeds meer aandacht is voor transgenders en de LHBTI-gemeenschap, hebben we volgens haar nog een lange weg te gaan. “We hebben nog veel te doen. Hoe verklaar je anders dat transkinderen 5 tot 10 keer vaker een suïcidepoging doen dan niet trans-personen? We moeten nog leren dat er een verschil is tussen het geslacht dat je ziet en de genderidentiteit die iemand heeft. Het is niet aan ons om te bepalen hoe iemand zich voelt. Die kennis mist vaak nog.”

Een kind mag volgens Kirsten best zien dat jij er als ouder aanvankelijk moeite mee hebt en aan moet wennen, als je maar met elkaar blijft communiceren. “Als je als ouder maar blijft nadenken over je woorden.” Daar is Sandra het mee eens. “Mijn advies aan andere ouders is: neem je kind serieus en accepteer het zoals het is. Ook al blijkt het uiteindelijk dat het tóch een fase was, ga er in ieder geval in mee. Het is voor iedereen een moeilijk proces, daarin moet de verstandhouding met je kind het allerbelangrijkste zijn.”